zondag 4 december 2016

De kiezer wil geen geld, maar macht


De kiezer wil geen geld, maar macht

Wat mij het meest opviel aan de overwinning van Donald Trump is de manifeste onmacht van het politieke establishment om het fenomeen te duiden. Een typische analyse luidt dat Trump werd verkozen als gevolg van de door de globalisering toegenomen ongelijkheid. Maar waarom kiezen die slachtoffers van de ongelijkheid dan iemand die de American Dream predikt en de belastingen voor de rijken wil verlagen, in plaats van een politica met concrete voorstellen om die ongelijkheid te verminderen?

Allerlei zaken wijzen erop dat de stelling dat Trump werd verkozen door de slachtoffers van ongelijkheid, niet alles verklaart. Trump won de teloorgegane oude industriegebieden van de Rust Belt, maar ook Beverly Hills. De typische Trump-kiezer is eerder een succesvolle loodgieter dan een arme drommel. Dat is niet nieuw. Ook in Europa blijkt steevast dat populisten aanhang vinden in alle lagen van de bevolking. De analyse vanuit ongelijkheid zegt misschien meer over de politici die ze maken, dan over de verkiezingen zelf. En laat ze net zien waarom die politici de pedalen kwijt zijn.

Traditionele politiek wordt gevoerd op een links-rechtsas. De oplossing voor eender welk probleem is uiteindelijk ofwel de groei meer herverdelen (links) ofwel de groei meer herinvesteren (rechts). Maar wat als er geen groei meer is? Dan verandert de discussie en duikt een fundamentelere vraag op: welk systeem willen we eigenlijk? Zullen we het bestaande herstellen in zijn oude glorie, of bouwen we beter een nieuw?
Wie het systeemfalen thematiseert en inzet op autonomie, die wint.
Het dilemma tussen herstellen en vernieuwen is een fundamenteel ander soort debat dan het debat tussen links en rechts. Het is geen debat binnen een systeem, maar tussen systemen. Die discussie aangaan vereist iets wat voor establishmentfiguren heel moeilijk ligt: erkennen dat het bestaande systeem niet meer werkt. Het is geen normale, maar revolutionaire politiek. En daar gelden andere spelregels. Kiezers willen geen groter stuk van de taart, maar dat de taart de hunne is. De vraag is niet welke richting het stuur uit moet draaien, maar wiens auto we zullen nemen. Politiek in tijden van revolutie gaat niet over geld, maar over macht.

En dat heeft het politieke establishment duidelijk nog niet begrepen. Zowel de Clinton campagne als de Remain-campagne tijdens de Brexit waren heel klassieke campagnes die inzetten op het beproefde recept van economische sterkte. Remain met “Stronger In”, Clinton met “Stronger Together”. It’s the economy, right? Zo konden ze uitleggen hoe de kiezer persoonlijk voordeel zou halen uit zijn stem, meer dan 4.000 pond per jaar volgens de Remainers. Hun tegenstanders legden niet de nadruk op kortetermijnwinst, maar op het herwinnen van controle over het systeem. De slogans van de Brexiteers luidden “Take Back Control” en “We Want our Country Back”. Trump beloofde met “Make America Great Again” om het land terug aan de Amerikanen te geven.

Het patroon is duidelijk. Wie het systeemfalen thematiseert en inzet op autonomie, die wint. Kijk naar Trump, kijk naar het onverwachte succes van Sanders. Ook bij ons. De twee systeemkritische partijen Groen en N-VA wonnen de laaste tien jaar zowat alle verkiezingen. Wie het systeem niet in vraag stelt (of zoals Clinton zelfs belichaamt) en zwaait met geld, die verliest. Vakbonden die strijden voor loonsverhogingen verliezen hun aantrekkingskracht ten voordele van burgerbewegingen die zelf vangnetten organiseren. Burgers bouwen hun eigen windmolens ook al is de stroom elders goedkoper. Die successen signaleren het einde van een fase van politieke normaliteit. Dit zijn de jaren ’90 niet. It’s the autonomy, stupid!

Zoals altijd wanneer iets stuk gaat, moet worden gekozen tussen het herstellen van het oude en het maken van iets nieuws. Politiek in tijden van revolutie gaat dan ook niet over welke richting ons systeem uit moet, maar of we het moeten renoveren of vernieuwen. De demografische data over het stemgedrag suggereert dat kiezers verdeeld waren langs deze andere, meer fundamentele breuklijn. Terwijl economische ongelijkheid het stemgedrag nauwelijks nog verklaart, vallen heel wat bizarre puzzelstukjes van het Atlantisch populisme lang deze breuklijn wel in elkaar. Zo verkiezen Trump-kiezers over het algemeen een waarde als respect voor autoriteit boven gerichtheid op de ander. Ook ten tijde van de Brexit waren waardeverschillen over multiculturalisme, vrouwenrechten, duurzaamheid, globalisering en immigratie erg belangrijk. Leg al die waarden naast elkaar en er verschijnt een botsing van wereldbeelden. Het ene wereldbeeld vindt dat het oude systeem moet worden hersteld. Het andere gelooft dat een nieuw kan worden opgebouwd.
Klassieke politici vechten op het verkeerde slagveld en zijn nu verwonderd dat ze de oorlog verliezen
Die nieuwe breuklijn kan verklaren waarom de ook al ten tijde van de Brexit zo opvallende generatiekloof plots opduikt. Jongeren hebben weinig te verliezen bij het opdoeken van het bestaande systeem en nog genoeg tijd om zich aan te passen aan een nieuw. Zij vinden een ander systeem over het algemeen aantrekkelijker, terwijl dat bij ouderen net omgekeerd is. Het verklaart waarom millennials eerder iemand als Bernie Sanders steunden en babyboomers iemand als Trump. Wie sociaal weinig mobiel is, gevestigde belangen heeft of een voorkeur voor orde en stabiliteit, die kiest voor renovatie. Wie wendbaarder is, kiest voor nieuwbouw. Zo kan ook het verschil in stemgedrag tussen hoog- en laaggeschoolden worden verklaard. Hoe sterk hun antwoorden ook verschillen, ze zijn het er wel over eens dat het status quo niet meer werkt. Wie dat niet erkent, wordt gepercipieerd als ongeloofwaardig  of zelfs irrelevant. Veel jonge kiezers bleven dan ook liever thuis dan op Clinton of Remain te gaan stemmen.

Wanneer het debat verschuift, komen onvermijdelijk allerlei slapende voorkeuren en gedragingen plots weer bovendrijven. Klassieke politici doen ze liever af als “spoken uit het verleden”  dan als een falen van het systeem, dat ook altijd een beetje hun falen is. Zo kan eender wie het systeem in vraag stelt, worden weggezet als populist of erger. Politici houden elkaar zo gevangen in het verkeerde debat, waardoor ze nieuwe uitdagingen niet kunnen thematiseren, het contact met hun electoraat verliezen en het gat laten vallen met eender wie daar wel in slaagt.  

De overwinning van Trump wordt volgens mij niet rechtstreeks verklaard door de globalisering, maar eerder door de halsstarrige weigering van het politieke establishment om de problemen met die globalisering te erkennen als een systeemfalen. Natuurlijk speelt de globalisering een belangrijke rol. Alleen is het maar de vraag of we de problemen met die globalisering moeten begrijpen als een probleem binnen het systeem, zoals veel klassieke politici nog lijken te geloven, of als het falen van dat systeem zelf. Ze blijven volhouden dat het wel weer goedkomt met nog wat meer vermogens te herverdelen of belastingen te verlagen. Het klink even wereldvreemd als de reactie van Marie Antoinette bij het uitbreken van de Franse Revolutie: “Als ze geen brood hebben, dan eten ze toch cake!”

Klassieke politici vechten op het verkeerde slagveld en zijn nu verwonderd dat ze de oorlog verliezen. Door politiek op de oude links-rechtsas te blijven bedrijven, ontlopen ze hun verantwoordelijkheid. Burgers nemen het recht dan maar zelf in handen. Wie de opmars van Le Pen, Wilders en zoveel anderen wil stuiten, zal moeten beginnen met de juiste vraag te stellen.



[Dit essay verscheen oorspronkelijk in De Morgen op 19 november 2016]

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen