donderdag 19 mei 2016

Economisch Transitieinkomen want sharing is caring!


“De klimaatverandering is één van de grootste uitdagingen van de 21e eeuw. Hoe we erop reageren, zal onze manier van leven en werken in de komende jaren bepalen. Maar het brengt ook talloze mogelijkheden voor socio-economische vooruitgang met zich mee.
Door de klimaatverandering tegen te gaan, beschermen we de biodiversiteit op aarde en de mensheid zelf.

Maar wat heeft een Economisch Transitieinkomen (ETi) te maken met de wereld op weg helpen naar een koolstofarme, duurzame toekomst en ervoor zorgen  dat de temperatuur op aarde met minder dan 2 graden Celsius stijgt tegen 2100?


Hoe kan het Economisch Transitieinkomen het transitiesysteem ondersteunen en toelaten over te gaan naar vernieuwende economische, sociale en lokale ontwikkelingen terwijl welvaart, ecologie en sociale cohesie gerespecteerd worden?

De Commons en de daarbij horende nieuwe deeleconomie die zich echt inschrijven in ecologische transitie, sluiten daar perfect bij aan.

"Een commons, de commons, is noch van de staat, noch van de markt, maar is een methode die belangrijke bronnen van overleving en welvaart onder de soevereniteit van een gemeenschap brengt en die ervoor zorgt dat die bronnen niet uitgeput raken en zo permanent beschikbaar blijven." (Michel Bauwens)

Het opstarten en ondersteunen hiervan, het nemen van de nodige maatregelen voor een duurzame ecologische transitie hangt niet alleen af van het politieke en economische beleid, maar ook van de talrijke intiatieven die burgers collectief of individueel nemen om opnieuw de economie en niet alleen de economie, in al haar aspecten op mensenmaat terug te brengen.

Ecologische transitie hangt niet alleen af van “groene” investeringen en van een regulerend politiek beleid dat inzet op groene fiscaliteit of het nemen van maatregelen tegen pollutie in het algemeen.

Ecologische transitie hangt ook af van burgerschap en -inzet , van de vindingrijkheid van elkéén, van de solidariteit geweefd in lokale structuren en van “hulpbronnen” die losstaan van de huidige dominerende economie.

Het is uiteraard belangrijk dat om te produceren, om zich te verplaatsen, om zich te verwarmen en toch minder te pollueren er belangrijke investeringen en maatregelen nodig zijn.

Maar, investeringen en ecologische maatregelen (normen en fiscaliteit) zijn dan misschien wel heel belangrijke pijlers voor een transitiepolitiek, maar ze zullen er op hun eentje ook niet in slagen om het tij te doen keren en productiemodaliteiten of consumptiegedrag te veranderen.

Om de burgers toe te laten echt deel te nemen aan ecologische transitie en de uitdagingen daarrond aan te gaan, is een politiek beleid nodig die de  burger ondersteunt via de invoering van een Economisch Transitieinkomen.

Micro-initiatieven, die als hefbomen zijn voor economische, maatschappelijke en ecologische vernieuwing hebben dan meer kansen omdat ze gedragen worden door “mondigere en autonome burgers”

Mondiger, want het Economische Transitieinkomen (algemeen gekend onder Universeel Basisinkomen) werkt emanciperend en biedt de mogelijkheid aan de burgers die pionnier willen zijn in sociale, ecologische, culturele, maatschappelijke en economische vernieuwing, om zich, bevrijd van inkomenszorgen, autonoom in te zetten voor een duurzame wereld.

In buurten met veel micro-initiatieven, (deeleconomie) waait er dikwijls een nieuwe wind. De directe uitwisseling van kennis, diensten of talenten, sluit goed aan op wat er lokaal leeft en nodig is, vaak beter dan de vrije markt ooit kan bieden.” (…)
Mensen die deelnemen aan wijk- en buurtgerichte micro-initiatieven, doen dit meestal in volledige vrijwilligheid. Maar vrijwilligheid pakt in de praktijk heel anders uit: in naam van activering worden mensen met een leefloon opgelegd om een ‘zinvolle’ dagbesteding te hebben. Omgekeerd mogen mensen die formeel ‘werkloos’ zijn, niet al te vaak meedoen aan onbetaalde activiteiten – ze worden immers geacht ‘voltijds beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt’ en hun dagen volledig te slijten met het zoeken naar reeds bestaande loonarbeid…

Het Economisch Transitieinkomen zal dus niemand lui maken. Het zal wel aanmoedigen om zich in te zetten voor de dingen die er echt toe doen en die ervoor kunnen zorgen dat onze wereld leefbaar blijft.

Het uitgangspunt daarbij is dat er zo goed als niemand is die niet op allerlei manieren gratis bijdraagt aan de basiseconomie die de feitelijke pijler is zonder dewelke de formele markteconomie waarschijnlijk geen dag zou kunnen overleven en die tot nog toe ook de enige duurzame economie blijkt te zijn.

Edgar Cahn, de bedenker van de Timedollars, noemt deze basis waarop de markteconomie is gebouwd de kern-economie van huishoudelijk, familiaal, buurt-, vrijwilligers- en gemeenschapswerk.

Gabriel Chanan sprak van de ‘non-cash’ economie en futurologist Alvin Toffler bedacht er de naam ‘prosumenteneconomie’ voor.

Onder andere Nobelprijswinnaar economie Gary Becker, socioloog Stein Ringen en Alvin Toffler stellen dat deze basiseconomie ca. 50% van alle economische activiteit vertegenwoordigt.

Volgens Terry Manning, directeur van ‘Stichting Bakens Verzet / NGO Another Way, is dat cijfer echter onderschat: “Persoonlijk denk ik dat zelfs in de meest geïndustrialiseerde landen het merendeel van het werk niet tot de geldeconomie behoort. In heel wat arme landen bedraagt de geldeconomie zelfs niet meer dan 5% van de totale economie. Ik denk ook dat het meeste onbetaalde werk productief is, terwijl het meeste betaalde werk in werkelijkheid onproductief is. (…) De meeste geïndustrialiseerde producten zouden nooit kunnen concurreren als de ingebouwde intrestfactor (-waarvan sommigen zeggen dat die meer dan 50% van de verkoopsprijs bedraagt-) niet zou worden gecompenseerd met subsidies doorheen het hele productieproces,”  (2)

Maar er is nog een andere, minstens even pertinente reden waarom het verschil in appreciatie tussen betaald en onbetaald werk beter opgeheven kan worden.

In het Vlaamse Bliss magazine van september 2008 schreef Bernard Lietaer over een studie van de International Metalworkers Federation (Genève) die stelt dat we in de loop van de komende dertig jaar zullen evolueren naar een toestand waarin alle goederen voor de hele wereldbevolking dankzij nieuwe technologie zullen kunnen geproduceerd worden met slechts 2% van de huidige arbeidskrachten.

Volgens Lietaer is de interessante vraag“wat zal die andere 98% doen? We zullen “voor de eerste keer in de geschiedenis gedwongen worden onszelf opnieuw uit te vinden, losgekoppeld van ons werk.”

In Beyond Greed and Scarcitymaakt Bernard Lietaer in dit verband het volgende onderscheid tussen werk en job: “Een job is iets wat je doet om in je levensonderhoud te voorzien; werk is iets wat je doet omdat je het graag doet. Ik verwacht dat jobs in toenemende mate passé zullen worden, maar er is nog altijd een bijna oneindige hoeveelheid fascinerend werk te doen.”

Het herdefiniëren van de rol van het individu in een nabije arbeidsloze samenleving wordt waarschijnlijk de belangrijkste kwestie van de komende decennia. (…) Het einde van het werk zou het einde kunnen betekenen van de beschaving zoals we die tot nu toe gekend hebben, of het begin kunnen aankondigen van een grote sociale transformatie en een hergeboorte van de menselijke esprit”, schrijft Jeremy Rifkin, auteur van The End of Work.

En in Robotic Nation vraagt Marshall Brain zich af: “Bestaat er een manier om die afhankelijkheid van een job te elimineren? Wanneer robots al het werk doen, kunnen we dan echt een einde stellen aan de economische noodzaak van tewerkstelling? Kunnen mensen met andere woorden echte vrijheid verwerven als robots die vrijheid mogelijk maken? (…) Indien mensen een inkomen zouden hebben zonder werknemers te zijn, zouden we een onvoorstelbare oceaan van menselijke creativiteit en menselijk potentieel kunnen ontsluiten.(…)
Rafael Staelens: http://basisinkomen.nl/het-ecovaproject-pleit-voor-een-universele-sociale-zekerheid-en-een-universeel-basisinkomen/et Ecovaproject
Nota: Het Ecovaproject is intussen overgegaan naar het Planet Ecova http://www.planetecova.com/

Als we nu eens als samenleving eenvoudigweg geld zouden geven aan de burger (…) We zullen elke burger het geld geven dat hij of zij nodig heeft om onafhankelijk financieel zeker te zijn. In een gerobotiseerde samenleving is economische zekerheid misschien het allerbelangrijkste waarover een mens kan beschikken.”

Het Economische Transitieinkomen als basis voor sociale en economische  zekerheid in een samenleving die het dogma van werkplicht in de formele economie kan loslaten. Een samenleving waarin elke burger vrij kan deelnemen aan de ecologische transitie ook zonder sociaal bloedbad, vooral wanneer we het progressief invoeren 
-aansluitend op de kinderbijslag en een vrijheidsinkomen geven aan alle jongeren tussen 18 en 27, waarmee ze kunnen studeren, reizen, autonoom en vrij aan de deeleconomie kunnen deelnemen door al dan niet zelf iets op te starten; 
-insluitend vanaf 27 een Economisch Transitieinkomen of Universeel Basisinkomen tot aan 65 jaar
-afsluitend vanaf 65 een Universeel Basispensioen. 

Kortom een transitieinkomen waardoor de oude intussen obsoleet geworden elementen van de sociale zekerheid overgaan naar een systeem dat geen vervanging is van het huidige sociale zekerheidssysteem, maar er een aanvulling op is en het verandert van een compenserende in een emanciperende vorm.

“Hoe kunnen we een sociaal systeem opbouwen dat mensen toelaat te produceren volgens de logica van peer-productie (deeleconomie) , zonder een kapitalistische logica in te voeren die de peer-productie kapotmaakt?”(Michel Bauwens)


We moeten op zoek naar een alternatief, door het systeem van arbeid, productie, kapitaal en kennis te herdefiniëren. Er is nood aan een nieuw en constructief narratief. Een systeem waarin materiële productie onder invloed staat van een dynamiek die een participatieve democratie stimuleert.

"Jongeren werken eerst vrijwillig mee in de deeleconomie bvb, daarna een tijdje in loonverband, om dan zijn ze weer even werkloos  Deze flexibiliteit zie je steeds vaker. 
Maar ze wijst er evengoed op dat een ETI of Economisch Transitie Inkomen noodzakelijk is om sociale stabiliteit te behouden." (Michel Bauwens)


Vandaag houdt een hele uitkeringsindustrie zich bezig met te controleren of mensen wel werkwillig zijn, of ze geen uitkeringen combineren, of ze wel in het juiste stelsel vallen, of ze niet samenwonen. En dan hebben we het nog niet over het schrappen, schorsen en terugvorderen van uitkeringen.
Jongeren vallen al helemaal uit de boot…..Wachtuitkeringen verdwenen, een pensioen….wat is dat ook alweer?

Sociale bescherming kan gezien worden als een soort ‘commons’, een ‘gemeengoed’, alle mensen hebben immers dezelfde behoeften schreef Francine Mestrum ergens.

En hoe linken we nu het Economisch Transitieinkomen aan de Klimaatsverandering?

Een recent rapport Center for Economic and Policy Research: ‘Reduced Work Hours as a Means of Slowing Climate Change’ windt er geen doekjes om: een wereldwijde verschuiving in de richting van een kortere werkweek zou de CO2-uitstoot, deze eeuw nog, kunnen halveren. Juliet Schor schat dat 10 procent minder werken de ecologische voetafdruk met 15 procent verkleint.
(uit Rutger Bregman in De oplossing voor bijna alles, minder werkenhttps://decorrespondent.nl/3/De-oplossing-voor-bijna-alles-minder-werken/115335-ad6c6f0b )

Het Economisch Transitieinkomen betekent de overgang mogelijk te maken naar een samenleving met een afnemende formele economie;  het betekent ook aan elke burger de kans te bieden om deel te nemen aan een echte ecologische transitie richting duurzame toekomst.

Lambrecht Christina






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen