woensdag 20 januari 2016

Twee projecten en 3 prioriteiten voor de P2P Foundation in 2016

Michel Bauwens is stichter van de P2P Foundation
De P2P Foundation is een internationaal netwerk van onderzoekers en activisten die peer-to-peer praktijken, geïnterpreteerd als de gezamenlijke productie van gedeelde goederen, i.e. commons, onderzoeken, proberen te begrijpen en promoten. In dit kader hebben we begin 2015 drie strategische prioriteiten bepaald, die we hier even willen toelichten voor een Nederlandstalig publiek.


De eerste prioriteit is het werken naar een commons-georiënteerd transitiebeleid. Dat betekent een heroriëntatie van het productieapparaat  en de maatschappij naar het creëren van gedeelde kennis en eventueel ook materiële goederen. Wij geloven dat dit nodig is omdat de huidige productievorm steunt op twee foutieve veronderstellingen.


De eerste is dat natuurlijke hulpbronnen oneindig zijn. We zitten verstrikt in een groeimechanisme dat enorm veel ‘negatieve externaliteiten’ veroorzaakt. Essentieel daarin is de vernietiging van de regeneratieve capaciteiten van onze planeet, met daarnaast ook al het materiële leed en de sociale onrechtvaardigheid die daaruit voortvloeit.


De tweede verkeerde veronderstelling is dat kennis moet worden geprivatiseerd. Menselijke samenwerking om problemen op te lossen wordt enorm moeilijk zo niet onmogelijk gemaakt. In commons-georiënteerde peer-productie dragen burgers vrijwillig bij tot gedeelde kennis
waarrond een dynamische maatschappij en economie kunnen ontstaan.


In het ideale geval worden die productieve commons gestimuleerd en gebruikt binnen een generatieve economie die mogelijkheden tot levensonderhoud creëert rond die commons, in tegenstelling tot een extractieve economie.  


Tenslotte worden de inkadering en stimulering van het geheel ook georganiseerd door een ‘partnerstaat’-model, dat zowel individuele als sociale  menselijke autonomie maximaal ondersteunt. Dit voorgestelde model vloeit rechtstreeks voort uit bestaande ervaringen van de commons-economie en de combinatie van productieve gemeenschappen, ethische ondernemerscoalities en stichtingen die het coöperatieve systeem mogelijk maken en beschermen. Streven naar politieke transitie betekent een stem geven aan burgers die gemeengoed creëren en beschermen en bestaande politieke krachten beïnvloeden door een positief programma op te stellen voor die transitie.


De tweede prioriteit is het scheppen van de economische voorwaarden. Dit noemen we ‘open coöperativisme’. Dit betekent dat we generatieve bedrijfsmodellen ondersteunen die niet gericht zijn op winstmaximalisatie, maar op het ondersteunen van een sociaal doel. Ze creëren een economie met toegevoegde waarde rond die commons en zorgen ervoor dat mensen kunnen leven van hun bijdragen tot die gemeengoederen. De aandacht gaat hier dus naar praktijken die het mogelijk maken om ethische ondernemerscoalities in het leven te roepen, die commons-vriendelijk zijn en zelf commons coproduceren.


Onze derde prioriteit betreft de ecologische transitie en in het bijzonder onze overtuiging dat de overstap naar het peer-productiemodel een voorwaarde is om de ecologische transitie te bewerkstelligen. Wanneer design en ontwikkeling inderdaad gebeuren binnen een open productieve gemeenschap die een gemeengoed creëert, is er geen geplande veroudering. Ten tweede maken de openheid en transparantie in het netwerk de realisatie van een open circulaire economie heel snel mogelijk.


Ten derde maakt de combinatie van globale samenwerking en lokale productie in microfabrieken enorme besparingen mogelijk op het vlak van goederentransport dat binnen het huidige productiesysteem momenteel twee derde van de materie en energie opslorpt . Ook de mutualisering van infrastructuur heeft ingrijpende gevolgen op het gebruik van hulpbronnen.


Hiermee zijn we beland bij het eerste onderzoeksproject van 2016: het berekenen van de maximale thermodynamische efficiëntie die we kunnen bereiken dankzij die transitie. Onze intuïtie zegt ons dat we met 20% van de hulpbronnen die we vandaag gebruiken zeker 80% van de goederen en diensten van de huidige samenleving kunnen vrijwaren. Voor dit project werken we we samen met het Frans-Australische BlaqSwans collectief.


Ons tweede onderzoeksproject is iets minder formeel en gaat over een economie die het minder moet hebben van het zeer inefficiënte prijzenmechanisme, maar evenmin van autoritaire centrale planning. Wat prijzen zijn voor een markteconomie en beslissingen voor een planeconomie, is gemeenschappelijke coördinatie voor een commons-economie.


Hoe moeten we ons dat inbeelden? Wat we vandaag al weten is dat de immateriële productie van commons gebeurt door middel van sociale signalen, i.e. stigmergie. Dat is vandaag de dominante methode in het produceren van open kennis (Wikipedia), vrije software (Linux) , en gedeelde conceptontwikkeling (Arduino).


Vermits we ook al weten dat bedrijven die werken in ethische ondernemerscoalities (Enspiral, Sensorica), interne transparantie beoefenen, dan is dit maar één stap naar de hypothese dat open logistiek en open boekhouding kan leiden tot het invoeren van stigmergische coördinatie in fysieke productieprocessen en dus naar een veralgemeende open circulaire economie. Het goede nieuws is dat de blockchain, het universele logboek dat voor bitcoin werd ontworpen, ook hiervoor kan dienen!

Tot zover de twee voorbeelden van hoe we proberen vooruit te gaan in het denken rond de commons-transitie in 2016.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen